Het PNAT heeft een aantal vaste opleidingsprogramma’s rond thema’s in relatie tot palliatieve zorg. Elk thema kan vanuit een specifieke context en/of doelpubliek benaderd worden. In functie van de beschikbare tijd wordt er overleg gepleegd naar de meest geschikte werkvorm.

Elke instantie binnen het netwerk kan een vraag stellen naar vorming.
Naast de mogelijkheid van het aanbieden van ‘standaardpaketten’ wil het PNAT er vooral naar streven in het vormingsbeleid zoveel mogelijk ruimte te laten voor maatwerk. Dit betekent dat wanneer er een vraag naar vorming vanuit een instelling komt er steeds met de coördinator van het PNAT zal overlegd worden:

  • wat is er nodig en wat niet?
  • wat kan in deze omgeving en wat niet?
  • door wie kan het onderwerp het best behandeld worden?

Een voorbeeld van maatwerk kan zijn: ‘ Voedsel- en vochttoediening in een terminale fase ten behoeve van verzorgenden in een WZC ’

Vertrekkend vanuit een casus uit het werkveld wordt de theorie toegelicht. Het doel van dergelijke vorming is namelijk niet enkel technische informatie verschaffen maar ook:

  1. aangeven dat een situatie niet altijd eenduidig is en dat ieder geval op zich moet bekeken worden.
  2. de medewerkers sterken in hun communicatie onderling én in die met de patiënt en zijn/haar familie.

Bij het opzetten van opleidingen ‘op maat’ wordt er zoveel mogelijk naar gestreefd eigen medewerkers van de organisatie in te schakelen, bijvoorbeeld de referentiepersoon of de coördinerende arts.

De kostprijs wordt bepaald in functie van het de samenstelling van het programma en vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.